Hoe dicht is een gevelelement bij wind en regen ?

Wat is de dichtheid van een element?

 

De dichtheid van een gevelelement drukken we uit in Pascal (Pa). Pascal is de eenheid voor druk. Bij een element wordt deze dichtheid bepaald door wind- en waterdichtheid. Systemen en kozijnen worden hierop getest.

 

 

Type element bepalend voor dichtheid

 

Belangrijk om te weten is dat niet het systeem bepalend is voor de dichtheid, maar het type element. Zo kennen we bijvoorbeeld vaste ramen, ramen met en zonder tussenstijlen of tussendorpels,  draaikiepramen, stolpramen, hefschuifpuien etc. In het CE-informatieblad vindt u per systeem de dichtheid van de verschillende type elementen. (www.kufa.nl/dop)

  


 

Luchtdoorlatendheid

 

De winddichtheid van een element is een relatief begrip. Zo mag er bij een bepaalde winddichtheid luchtverlies plaatsvinden door bijvoorbeeld de glaslijstnaden. Het luchtverlies, ook wel “tocht” genoemd, is sterk afhankelijk van het type dichting dat een element heeft: rubbers of borstels. Hoe groter een element is, hoe meer luchtverlies men volgens de norm mag hebben.  

 

Ondanks de meerdere dichtingen in onze kunststof kozijnen betekent het niet dat de nieuwe kozijnen geheel luchtdicht zijn. Daarom is er in Nederland een wettelijke eis aan de luchtdoorlatendheid van de kozijnen, ramen, deuren en schuifpuien.

 

Veel van onze kozijnen, ramen, deuren en schuifpuien vallen binnen de luchtdoorlatendheid klasse 4.  Welke stukken

lager is dan de toelaatbare eis. ( Klik hier voor een overzicht per product type ) 

 

Binnen deze klasse zijn ook nog een verschillen merkbaar tussen de bewegende delen, waaronder tussen bijvoorbeeld een deur en een schuifpui. Dit heeft te maken met het type dichting welke is toegepast. In een deur worden rubber afdichtingen toegepast, maar in schuifdelen zijn dit afdichtingborstels. Bij de afdichtingsborstels is een grotere luchtdoorlatendheid dan bij de afdichtingsrubbers. 

 

In onderstaande tabel wat maximaal toelaatbaar is per element 

 

Kortom bij een schuifpui of een deur kan mede door het oppervlak van het element de luchtdoorlatendheid ook binnen dezelfde klasse een verschil opleveren.

 

Naast bovenstaande luchtdoorlatendheid kan de manier waarop de kozijnen zijn gemonteerd kan ook invloed hebben op de luchtdoorlatendheid. Goede montage zorgt ervoor dat er geen kieren of spleten ontstaan tussen het kozijn en de muur.

 

Waterdichtheid

 

Als we praten over winddichtheid, komt waterdichtheid ook direct ter sprake. Bij stevige wind hoort vaak ook neerslag, oftewel water. Bij het meten van de waterdichtheid is het zo dat het element het water mag opnemen, bijvoorbeeld in een gootconstructie. Van daaruit wordt het gecontroleerd afgevoerd. 

 

 

Voorbeelden

 

Een hefschuifpui met enkele vleugel (familiegroep 6) kan een waterdichtheid behalen van 300 Pa (7A). Dit betekent dat dit element waterdicht is tot en met windkracht 8 (Beaufort). Voor een draaikiepdeur geldt een waarde van 600 Pa (9A). Dit geeft aan dat het element waterdicht is tot windkracht 11. 

 

Onderstaande tabel geeft een compleet overzicht van het aantal Pa en de bijbehorende windsnelheid en windsterkte. 

 

 

Extra informatie,

Ontwatering/beluchting/Decompressie

 

In kunststof kozijnen zitten aan de binnen- en buitenzijde rubbers welke een afdichting creëren. 

Aangezien de aansluiting van de rubbers nooit 100% dicht is, kan bij regen mogelijk langs de rubbers aan de buitenzijde water in de profielen komen. Daarom moeten de kunststof kozijnen altijd worden voorzien van een ontwatering. Deze ontwatering is te herkennen aan de gaten welke aan de onderkant van de kozijnen zitten, en zijn ook te zien in de goot wanneer een draaideel openstaat. 

 

Om een goede ontwatering te krijgen, is het ook nodig om de kunststof kozijnen goed te beluchten.

Daarom is het ook opgenomen in KOMO attesten van de verschillende profielsysteemhuizen.

 

Zonder het beluchten kan het water in het kozijn blijven hangen en loopt het bij het oplopen van de druk via de glaslatten aan de binnenzijde naar binnen. Dit kan worden voorkomen door een onderbreking van het rubber aan de buitenzijde van de kozijnen aan te brengen. De onderbreking is circa 30mm breed. 

 

Afhankelijk van de situatie kan het rubber in de bovendorpel of in de 2 zijstijlen worden onderbroken. Aan de binnenzijde worden de rubbers niet onderbroken.

 

Een goed voorbeeld is een rietje dat wordt ondergedompeld in water. Wanneer het rietje met een vinger bovenop uit het water wordt getrokken, dan blijft het water erin zitten. Door de vinger er vanaf te halen loopt het water eruit. Op dezelfde manier werkt het ook met de ontwatering in de kozijnen. 

 

De beluchting/decompressie zorgt dus voor een goede afvoer van het water uit de kozijnen.